Subsidie voor gebruik FIWARE

Er zijn twee competities gelanceerd voor het gebruik van FIWARE technologie. FIWARE is een pan-Europees project dat werkt aan de bouw van een basisplatform voor het Future Internet (FI). Dit platform wordt een open platform dat de natuurlijke interactie tussen mensen en hun omgeving ondersteunt, met een duurzame kennismaatschappij als einddoel.

Het FIWARE Accelerator Programme, een onderdeel van het Europese innovatieprogramma Horizon 2020, daagt starters en MKB-ers uit om nieuwe business te genereren met FIWARE technologie op het gebied van Smart Cities, eHealth, Logistics, AgriFood, Energy, Manufacturing, Learning en Media & Content. Subsidie wordt verleend voor het ontwikkelen, testen en distribueren van innovatieve applicaties met behulp van FIWARE, een open programmeer platform waarmee toepassingen via de cloud kunnen worden gebruikt. De ontwikkelde applicaties worden ontsloten via het speciaal daarvoor ingerichte platform FIspace.

Beschikbaar budget

Er is een budget van  80 miljoen euro beschikbaar verdeeld over 16 accelerators. De deadline voor het indienen van de aanvraag is op 31 oktober 2014. Tevens verschillen de aanvraag procedures en beoordelingen per accelerator. De subsidie kan bestaan uit een bijdrage voor ondersteuning en/of begeleiding door een coach, het aanbieden van een infrastructuur of een bijdrage in de vorm van een geldsom welke uiteenloopt van 35% tot 100% van de kosten. De bedragen liggen tussen de 50.000 en de 100.000 euro. Voor de accelerator FICHe  (thema/markt: eHealth) is er zelfs een maximale bijdrage van 215.000 euro mogelijk.

Twee vormen voor subsidie aanvraag

De competitie is opgesplitst in twee delen. Ten eerste betreft het innovatieve en disruptieve initiatieven om de samenleving te verbeteren. Met name op gebied van onderwijs, gezondheid of sociale integratie. De tweede optie is toekenning van de meest ’excellente’ applicatie op basis van FIWARE technologie.

Meer weten over het FIWARE Accelerator Programme? Neem contact op met De Breed & Partners en vraag naar John Dalenoord.