Dit zijn de drie grootste missers bij een WBSO-aanvraag

Per jaar dienen tienduizenden ondernemers een WBSO-aanvraag in. Hiermee behoort de WBSO tot de meest aangevraagde subsidies van Nederland. Een WBSO creëert een belastingvoordeel, doordat ondernemers de loonkosten van de R&D-medewerkers en de investeringskosten voor onder meer onderzoeksapparatuur en materialen voor prototypes kunnen verlagen. Zelfstandige ondernemers hebben bij een WBSO recht op een zelfstandigenaftrek.

Men zou denken dat wanneer zoveel bedrijven zo vaak succesvol een WBSO subsidie aanvragen, deze aanvraag op een gegeven moment routinewerk wordt. Niets is minder waar. In de praktijk blijkt dat enkele facetten van de WBSO-aanvraag nog regelmatig misgaan. Wij zetten de drie meest voorkomende missers voor u op een rijtje:

1. De aanvraag is niet concreet genoeg

De toedracht van een innoverend project wordt vaak niet concreet genoeg beschreven in een WBSO-aanvraag. De duidelijkheid over wat nou exact de eigen technische ontwikkeling is laat vaak nog te wensen over. Waarom kan het project niet simpelweg worden getypeerd als ‘het combineren van bestaande technieken’? Het moet volledig duidelijk zijn wat de eigen ontwikkeling van het project inhoudt.

De aanvraag moet to-the-point zijn en niet langdradig. De nieuwheid van het technische project moet kort en bondig worden beschreven, zodat de beoordelaars direct hun criteria kunnen toepassen. Daarnaast moet het aannemelijk worden gemaakt dat het probleem dat beschreven wordt een fikse inspanning kost om te kunnen oplossen. Het aantal uren dat u in het R&D-werk steekt moet in verhouding staan tot het beschreven probleem.

2. Verkeerde aspecten beschreven

Naast het niet concreet genoeg beschrijven van het project en de technische toepassing, beschrijft men vaak ook de verkeerde aspecten van het project. Vaak wordt namelijk verondersteld dat bepaalde technische knelpunten of oplossingsrichtingen subsidiabel zijn. Zo worden de volgende aspecten vaak geacht technische knelpunten te zijn, ten onrechte:

  • technische eisen;
  • productwensen;
  • commerciële overwegingen;
  • (ontwikkelings)tijdbeperkingen.

De volgende aspecten worden ten onrechte vaak aangemerkt als oplossingsrichtingen:

  • (enkel) de maatvoering aanpassen;
  • (enkel) het materiaal veranderen;
  • (enkel) onderzoeken, berekenen of analyseren;
  • andere procesinstellingen;
  • andere doseringen;
  • een leverancier een ander onderdeel laten leveren/ontwikkelen;
  • speciaal gereedschap bestellen

3. Verkeerde opgave kosten en uitgaven

De derde misser die vaak voorkomt bij de WBSO-aanvraag zijn de onduidelijkheden met betrekking tot de opgave van de kosten en uitgaven. De kosten van uitbesteed werk kunnen worden opgegeven in de aanvraag. Het moet echter wel gaan om reguliere werkzaamheden van externe werknemers waarmee de technische knelpunten worden opgelost. Dit gaat vaak fout of wordt onduidelijk beschreven in de aanvraag.

De kosten aan uitbesteed onderzoek kunnen niet worden opgegeven in de aanvraag. De werkzaamheden van een externe partij mogen niet bijdragen aan een oplossingsrichting binnen een project. Verder mogen de kosten van machines alleen worden opgegeven indien deze niet commercieel worden ingezet. Ze moeten worden gebruikt als prototype. Wanneer ze worden opgevoerd in een showroom of op beurzen worden getoond, mogen de kosten niet worden opgegeven.

De opgegeven kosten in de aanvraag moeten dus helemaal aan het project toegerekend kunnen worden. Dit moet administratief bijgehouden worden en nauwkeurig in de WBSO-aanvraag verwerkt worden.

Meer informatie

U merkt dat het geen sinecure is om een WBSO-aanvraag in te voeren. U kunt voor advies over de aanvraag contact met ons opnemen via het contactformulier aan de rechterzijde van deze pagina. Voor meer informatie over de WBSO 2018 kunt u de Factsheet hier downloaden.