Innovatiestimulering, zin of onzin?

Jaarlijks investeert de Nederlandse overheid in techniek en innovatie. Zeker in tijden van crisis wordt ook deze vorm van stimulering met overheidsgeld kritisch bekeken. Opmerkingen zoals: “Wat voor zin heeft subsidie voor innovatie”, “Bedrijven kunnen hun innovatie best zelf betalen” of “WBSO lijkt wel een legale vorm van fraude” zijn hier voorbeelden van. Innovatiestimulering, zin of onzin?

Cijfermatig

De begroting voor innovatiestimulering schommelt en wordt jaarlijks vastgesteld. In 2013 bedraagt de begroting voor de WBSO € 723 miljoen en voor RDA € 375 miljoen. Het rendement van deze regelingen wordt regelmatig geëvalueerd. Hieruit blijkt dat de WBSO regeling een “bang for the buck” oplevert die tussen de 1,55 en 1,99 ligt. Een rendement van meer dan 55% lijkt de oplossing voor de huidige economische recessie.

In de praktijk

Helaas is het niet zo zwart-wit. Een dergelijke innovatie had immers ook plaats kunnen vinden zonder subsidie. Bovendien wordt niet duidelijk welke voordelen nu precies worden toegerekend aan de WBSO subsidie. De groei in werkgelegenheid? De belastingopbrengsten? En over welke termijn? Bovendien zullen altijd de grenzen binnen een dergelijke regeling worden opgezocht en door sommigen overschreden waardoor een deel van de innovatiesubsidie wellicht ten onrechte wordt verstrekt. Feit blijft echter dat, ondanks stimuleringsmaatregelen, loonkosten nog steeds de grootste kostenpost blijft in innovatieprojecten en dat als gevolg hiervan ook hoogwaardig R&D werk naar het buitenland verdwijnt.

En dus…

Zal het een punt van discussie blijven of het bestaan van innovatiesubsidies gerechtvaardigd is. Volgens mij wel, om de eenvoudige reden dat innovatie een punt is waarop Nederland zich blijvend kan onderscheiden en het verschil kan maken ten opzichte van het buitenland.

Door Robert van Loon– Senior Consultant bij De Breed & Partners